Voorbeelden van inkomsten bij de aanvraag Tozo

Wilt u weten of u recht heeft op de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)? Kijk dan naar uw inkomsten.

Misschien heeft u een uitkering of overige (andere) inkomsten. Toeslagen vallen hier niet onder. Maar de inkomsten hieronder genoemd weer wel:

  • WW-uitkering of een andere werkloosheidsuitkering
  • Ziektewetuitkering
  • Arbeidsongeschiktheidsuitkering
  • andere uitkeringen (bijvoorbeeld een uitkering volgens de algemene nabestaandenwet)
  • buitenlandse uitkeringen of buitenlandse regelingen voor ondersteuning van zelfstandigen die in de problemen zijn gekomen door de coronacrisis. Bijvoorbeeld het Belgische ‘Overbruggingsrecht voor zelfstandigen’ en het Duitse ‘Arbeitslosengeld II'
  • overige inkomsten. Bijvoorbeeld partner- of kinderalimentatie, onderhuur, kostgeld en periodieke giften (dus giften die regelmatig voorkomen).

Deze inkomsten bij elkaar worden netto afgehaald van het voor u geldende netto sociaal minimum. De tijdelijke inkomensvoorziening is namelijk een aanvulling tot aan het netto sociaal minimum.
Is uw inkomen per maand hoger dan het sociaal minimum? Dan heeft u geen recht op de Tozo.

Heeft u (voor een deel) een dienstbetrekking?

Heeft u een echt dienstverband (een arbeidsovereenkomst)? Bijvoorbeeld in uw eigen onderneming? Dan is voor u het volgende belangrijk: uw nettoloon is het loon dat overblijft na aftrek van belastingen en premies. In de meeste gevallen is het nettoloon gelijk aan het bedrag dat maandelijks aan u wordt overgemaakt door uw werkgever. U vindt het nettoloon op uw loonstrook. Onkostenvergoedingen hoeft u niet als loon op te geven. Dit zijn kostenvergoedingen voor kosten die een werknemer maakt bij het uitvoeren van het werk. Vakantiegeld en bonussen tellen naar verhouding en dus voor een gelijk deel mee.